LEREN & GEDRAG

 

Wie ziet mijn behoefte in plaats van mijn gedrag?

In de verbinding ligt de mogelijkheid om te kunnen leren. 
De verbinding tussen de leerling en de leerkracht.
De verbinding tussen de leerling en de leerstof.
De verbinding tussen de leerling en andere leerlingen.

Kortom, de verbinding tussen de leerling en de wereld om hem of haar heen. 

Er zijn allerlei factoren die deze verbindingen kunnen verbreken. Als dat gebeurt, ontstaan problemen. Problemen met het maken van opdrachten, maar ook op het gebied van relaties. 

Gedrag is een gevolg. Altijd. 
Veel ongewenst gedrag staat verbindingen in de weg. 
Lastig. Begrijpelijk is dat er veel energie gaat naar het veranderen van gedrag. Maar zolang de oorzaak niet bekend is, zal gedrag niet veranderen. 
Het kan onderdrukt worden, maar of er sprake is van leren? 

Daarom wordt er bij praktijk Streep gewerkt met Triggers Signalen en Hulpbronnen. 
Dat betekent dat er gezocht wordt naar triggers die ertoe leiden dat kinderen niet meer in staat zijn om datgene te doen, wat er van hen verwacht wordt. 

Niet altijd makkelijk. 
Maar wanneer dit op een respectvollen, nieuwsgierige en open manier gebeurt, worden er nieuwe verbindingen gelegd. Er ontstaat een veilige bedding om te kunnen leren. 
Van de wereld om het kind heen, zichzelf en natuurlijk de leerstof. 

Gezien de ontwikkelingen binnen de Praktijk, is de situatie ontstaan waarbij individuele onderwijs- en/of leerbegeleiding voor kinderen beperkt is. 
Omdat praktijk Streep in verbinding staat met andere ondersteuners, mag de zorg of hulpvraag natuurlijk gesteld worden. Zodat er gepaste ondersteuning op een andere plek mogelijk is. 

 

 

Gedrag kent een oorzaak. Een aanleiding. Altijd. Over het algemeen is ongeveer 80% van de kinderen in staat om te doen wat er van hen verwacht wordt. Zowel op het gebied van leren als gedrag. Dat betekent dat ongeveer 20% (!) van de kinderen dit niet kan. Deze kinderen hebben iets anders of meer nodig. Gebeurt dit niet, dan raken ze in de problemen.  Het gaat meestal om kinderen die in conflict komen; met zichzelf of met anderen. Die het, ondanks straffen, belonen, gesprekjes, afspraken etc. niet lukt om uit de problemen te blijven. Kinderen die niet lijken te wíllen.