BLOG

Ik had geen andere broer willen hebben.

vrijdag 28 november 2014

Wat heb je nodig?” Marianne Oude Nijhuis zit naast een van de kinderen die bij haar de workshop Luchtkastelen volgt. Een workshop voor Brussen; kinderen die een bijzondere broer of zus hebben. Een broer of zus met een handicap, ziekte of ontwikkelingsstoornis.
Marianne heeft speciaal voor deze brussen een workshop ingericht. De kinderen ontmoeten elkaar vijf middagen op een schitterende plek, midden in de natuur. Omringd door rust, ruimte en dieren.

 


Samen met haar stagiaire Ruben, helpt Marianne de kinderen om hun wensen, zorgen en behoeften in beeld te brengen. Hiervoor maakt ze gebruik van het ‘Handboek Luchtkastelen bouwen voor Kinderen’ (geschreven door Barbara Tammes).
Marianne heeft door haar werk als orthopedagoog veel ervaring met het omgaan met bijzondere kinderen en hun gezin. Ze ervaart daarbij dat deze kinderen veel aandacht, zorg en ruimte nodig hebben. Dat is niet altijd makkelijk voor een gezin. Zeker niet als er meerdere kinderen zijn; de brussen.

Juist daarom besloot Marianne om deze brussen door middel van een serie workshops in het middelpunt te zetten. Vijf middagen waarbij alle aandacht op hun gericht is. Hen een plek bieden waar vrij gesproken kan worden over ervaringen. Problemen waar ze tegenaan lopen, verlangens en zeker ook de mooie momenten die ze in hun bijzondere gezin meemaken.

“Het is hier leuk en ik doe graag leuke dingen. Ik luister graag naar de andere kinderen.”
(Gerben, 9 jaar).

Marianne nodigt de kinderen uit om zich bewust te worden van hun eigen behoeften.
“Wat heb jij nodig?”, “Wat zou jij graag anders willen?” Wat is je verlangen?”.
Door verschillende thema’s aan te raken, wil Marianne de kinderen handvatten bieden. Hoe kun je een probleem ombuigen tot een wens? Wat is ervoor nodig om van je verlangens werkelijkheid te maken?

Tekenen helpt hierbij. De kinderen maken de meest prachtige creaties. Ze richten hun luchtkastelen steeds verder in (Koningin Maxima zou jaloers zijn op al die mooie zalen). Er zijn geen grenzen, alles kan. De kinderen bepalen de regels. Het enige wat ze nodig hebben is hun  fantasie.
Die fantasie zorgt voor ideeën en ideeën komen het beste naar boven als je ontspannen bent.
Het valt natuurlijk niet altijd mee om ontspannen te zijn. Daarom doet Marianne samen met de kinderen een ontspanningsoefening. Deze oefening kunnen de kinderen ook thuis gebruiken, als ze een keer boos of verdrietig zijn.

“Ik vind vooral het tekenen heel leuk en mijn mooiste herinnering is de vakantie op Mallorca (Bodyl, 6 jaar).”

Vandaag tekenen de kinderen in hun Luchtkasteel een eigen plek. Want een eigen plek is voor brussen heel belangrijk. Daar kun je je even terug trekken, als je alleen wilt zijn. Een plek waar je je veilig voelt wanneer het lastig voor je is.
Tijdens het tekenen vraagt Marianne aan de kinderen wat die eigen plek nodig heeft.

 

“Er komt een  dubbeldekkerbank, een dubbeldekkertafel en een dubbeldekkerbad. Voor ál mijn vrienden. Mijn broer mag er ook komen, 1 keer per week”. (Lodewijk 7 jaar).

Tijdens het tekenen wordt besproken of ze thuis een eigen plek hebben en hoe deze plek er kan komen. De kinderen kunnen dit niet alleen. Daar hebben ze hun ouders voor nodig.

Iedere bijeenkomst start en eindigt daarom met een gezamenlijk moment met de ouders en kinderen. Tijdens het drinken van een lekker kopje thee en koffie, mét zelfgebakken warme appelcake krijgen de ouders en kinderen de gelegenheid om ervaringen te delen.
Juist dit delen is belangrijk. Niet alleen voor de kinderen, maar zeker ook voor de ouders. Marianne legt uit dat samen praten over wensen, problemen en gebeurtenissen kan helpen om elkaar te laten weten wat je nodig hebt. Je mag best zeggen wat je dwars zit. Het is niet erg om te vertellen waar je aan denkt. Alleen als je van elkaar weet wat je bezighoudt, kun je rekening met elkaar houden.
Wanneer er niet over gebeurtenissen gesproken wordt, bestaat de kans dat kinderen zelf dingen in gaan vullen, waardoor ze zich meer zorgen gaan maken.

Maar praten is niet voor iedereen even makkelijk. Zo is Romée geen prater. Ze vindt het lastig om te vertellen over hoe het echt met haar gaat. Luisteren kan ze heel goed. Er is weinig wat ze niet hoort. En daarom zitten er heel veel gedachten in haar hoofd. Gedachten over nu en ook over hoe het in de toekomst zal gaan.
Romée weet hoe brussen zich kunnen voelen. Het meest lastige is het gevoel van alleen zijn. Er zijn maar weinig mensen die begrijpen hoe het is om brussen te zijn. Ook op school weten de kinderen en leerkrachten niet hoe het echt met haar gaat. Ze laat vaak niet zien hoe ze zich voelt. En hierover praten wil ze liever niet. Er wordt eigenlijk ook niet naar gevraagd.
Ondanks dat Romée geen prater is, wil ze een grote wens delen. ‘Ik zou heel graag een filmpje willen maken over een meisje zoals ik. Een meisje dat zich alleen voelt. Die heeft dan net zo’n broer als ik. En dan wordt er een grote bijeenkomst georganiseerd in de aula van school. Op die bijeenkomst komen allemaal kinderen die net als ik denken dat ze alleen zijn. Uit het hele land.
En als ze dan allemaal bij elkaar zijn zien ze mijn filmpje en dan weten ze dat ze niet alleen zijn’.

Romée straalt als ze dit vertelt. De woorden volgen elkaar in snel tempo op. Ze lijkt het voor zich te zien. Als ze uit is gepraat, kijkt ze trots voor zich uit. Het is niet zomaar iets wat ze heeft verwoord.

 

Wensen als deze komen los op de middagen bij Marianne. Zij schept hiervoor de omstandigheden. De kinderen mogen er zijn. Met alles wat bij hen hoort. Er wordt geluisterd, niet geoordeeld. Dit biedt kinderen de ruimte om hun plek in te nemen. De plek die zij in hun gezin niet altijd kunnen hebben.
Veel brussen cijferen zichzelf weg omdat ze veel rekening houden met hun ouders en de zorg om het bijzondere kind.  Ze willen niet dat hun ouders het nóg moeilijker krijgen. Brussen zijn, net als andere kinderen, loyaal aan hun ouders. Ze doen een stapje op zij.  
Sommige brussen schamen zich voor hun bijzondere broer of zus, wat vaak gepaard gaat met een gevoel van schuld. Er gaat tijd overheen om te accepteren dat het bij hun thuis anders loopt. Daarom is het delen van ervaringen en behoeften zo belangrijk. Dit bevordert het acceptatie proces. Voor zowel de kinderen als de ouders.

Weet je, als ik nu mocht kiezen of mijn broer normaal zou zijn, dan zou ik dat niet eens willen’(Romée, 11 jaar).

Op deze middag, waarbij de luchtkastelen van de kinderen er weer een paar kamers bij hebben gekregen is een ding duidelijk geworden. De brussen zijn net zo bijzonder als hun broers en zussen. Want als je de ruimte krijgt om jezelf te zijn, gaat er een schatkist open. Een schatkist met juwelen in de vorm van de mooiste gedachten en wensen van sterke kinderen. Als deze kinderen de kans krijgen om die gedachten en wensen te delen met hun omgeving, ontstaat iets moois. Want door te delen, kun je de kwaliteit van je leven vermenigvuldigen. En dat gun je toch ieder kind?

Toevoeging buiten Magazine Balans om: Gerben, Bodyl, Romée en Lodewijk, dank jullie  wel voor de rondleiding in jullie luchtkasteel. Blijf schitteren in jullie troonzaal, want jullie maken de wereld een stukje mooier.

 

Meer lezen?
Handboek Luchtkastelen voor Kinderen, Barbara Tammes ISBN 9 789021 552941
Broers en Zussen van Speciale en Gewone kinderen, Frits Boer ISBN 9 789020 975901
Broers en Zussenboek Anjet van Dijken
ISBN 9789401408844
Meer info over de workshop vindt u: www.praktijkmon.nl